Waarom houden zorgverzekeraars grote vermogens aan en worden deze niet gebruikt om de premie te verminderen?

De kranten, tv en social media staan er bol van; de grote vermogens van de zorgverzekeraars. In de berichtgeving hierover zit veel lariekoek en onjuistheden.

Alle schadeverzekeraars zijn wettelijk verplicht om een financieel spaarpotje – het eigen vermogen – aan te houden. Zorgverzekeraars worden wettelijk getypeerd als schadeverzekeraar. Het spaarpotje is nodig om tegenvallers in de zorgkosten op te kunnen vangen. Denk bijvoorbeeld aan de extra kosten van een massale griepepidemie. Deze verplichting wordt niet door Nederland opgelegd maar door de Europese Unie (EU). Verzekeraars zijn verplicht om 24% van hun jaarlijkse schade – in dit geval dus de zorgkosten – als eigen vermogen aan te houden. Nederland heeft bij de EU voor elkaar gekregen dat voor de basisverzekering dit percentage minder is, namelijk 11%. Dit komt omdat de zorgkosten van de basisverzekering voor de helft via de overheid wordt betaald. Voor de aanvullende verzekering geldt gewoon het getal van 24%.

Het verplichte bedrag in het spaarpotje resp. het eigen vermogen heet in vaktermen “solvabiliteit van 100%”. De basisverzekering voor Nederlanders boven de 18 jaar kost bijna 37 miljard euro per jaar. “Solvabiliteit van 100%” betreft dan 11% hiervan, wat een bedrag van 4 miljard euro aan eigen vermogen is voor alle verzekeraars samen. Voor de aanvullende verzekering met ruim 3 miljard euro aan zorgkosten is de “solvabiliteit van 100%” dus 24% van dit bedrag, wat een bedrag van ruim een half miljard euro betreft.

De Nederlandse Bank (DNB) ziet toe dat verzekeraars voldoen aan deze EU richtlijnen. Samen moeten de zorgverzekeraars dus minimaal 4,5 miljard euro (4 + 0,5) aan eigen vermogen hebben. Als een verzekeraar onder de solvabiliteit van 100% komt, dan wordt er door DNB ingegrepen en staat de verzekeraar onder curatele van DNB. DNB grijpt dan hard in door bijvoorbeeld bestuurders en/of commissarissen ongeschikt te verklaren en naar huis te sturen. Denk hierbij maar eens aan de DSB bank en tijdens de economische crisis aan de staatsredding van ASR verzekeringen. Bestuurders en commissarissen willen dus meer dan 100% solvabiliteit hebben, om niet in de gevaren zone terecht te komen. Zij bouwen een veiligheidsmarge in. DNB vindt dat een marge 1,5 à 2 keer de norm van 100% solvabiliteit nodig is om te kunnen spreken over een goed bestuurde zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar kiest er dus voor om een veiligheidsmarge van 2 te hanteren. Daarin wijken zij trouwens niet af van gewone schadeverzekeraars. De term “200% solvabiliteit” komt dus van 2 keer de “solvabiliteit van 100%”. In euro’s houden zorgverzekeraars 2 keer 4,5 miljard = 9 miljard euro aan als gewenst solvabiliteitsniveau om DNB comfort te geven.

Niet iedere zorgverzekeraar heeft 2 keer de “solvabiliteit van 100%” Verzekeraars die daar boven zitten, zetten hun extra vermogen in voor het kunstmatig laag houden van de premie. Het vermogen neemt daardoor af. Het spreekt voor zich deze vorm van premiesubsidie dus maar tijdelijk is.

 

[Bijgewerkt: 08-12-2016]

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *