De vrije artsenkeuze zou op de tocht staan. Hoe zit dat eigenlijk?

De afgelopen jaren heeft de zogeheten “vrije artsen keuze” een aantal keren in de schijnwerper gestaan. Het gaat dan om artikel 13. uit de Zorgverzekeringswet. Ten onrechte wordt steeds gesproken over vrije artsen keuze. Het gaat om alle zorgverleners. Dus ook over apothekers, fysiotherapeuten, GGZ-behandelaars, wijkverpleging enzovoort.

In artikel 13 staat klip en klaar aangegeven dat de zorgverzekeraar de zorgkosten vergoedt als de verzekerde deze krijgt van een gecontracteerde zorgverlener. Uiteraard zijn op de vergoeding de regels rondom de eigen bijdragen, het verplichte en vrijwillige eigen risico van toepassing.

Veel minder duidelijk staat aangegeven waar de verzekerde recht op heeft als hij naar een niet gecontracteerde zorgverlener gaat. De hoogte van deze vergoeding wordt dan bepaald door de verzekeraar. Natuurlijk geldt dat dan voor alle verzekerden. Tot 2014 was het gebruikelijk dat verzekeraars 50 tot 100% vergoedde van het markt conforme tarief. Dit tarief is het gemiddelde van de tarieven bij de gecontracteerde zorgaanbieders voor deze zorg. Een aantal keren hebben verzekeraars geprobeerd minder te vergoeden. In enkele rechtszaken zijn ze teruggefloten door de rechter die aangaf dat er een gewoonte recht was ontstaan.

Vanuit Den Haag is geprobeerd om de verzekeraars tegemoet te komen door het artikel 13. te veranderen dat er geen recht op vergoeding is. Dus in plaats van “een te bepalen vergoeding” wilde men “een te bepalen vergoeding van 0 tot 100%”. Hiermee zou het gewoonte recht van de baan zijn. Verzekeraars vonden dit een prima ontwikkeling. De niet gecontracteerde zorgverleners echter niet. Zij hebben met succes een beweging op gang gebracht om de situatie te behouden. De wijzigingsvoorstellen zijn daarna door de minister ingetrokken.

Alles is dus nog steeds bij het oude gebleven. De vrije keuze voor zorgverleners bestaat nog steeds maar betekent dus niet dat deze zorg volledig vergoed wordt.

 

[bijgewerkt: 09-12-2016]